25 Stelling

vrouwen veronderstellen altijd dat mannen zich ver onder zich stellen. mannen stellen dat vrouwen zich aanstellen. vrouwen stellen dat het veronderstellen gelijk is aan het stellen en stellen daarmee het aanstellen gelijk aan het ver onder stellen. mannen en vrouwen zullen derhalve nooit stellen worden, mits het niet meer voorstelt dan de vooronderstelling dat de een een andere stelling aanneemt dan de ander en zich daarmee naast, onder of boven de ander stelt.

24

Vertrouwen is de spiegel van wantrouwen.

23

Ik begrijp van alles net te weinig om er niet van te houden.

(de naiveling)

22

Wie iets vindt heeft niet goed genoeg gezocht. (R.Kopland)

Wie niets vindt heeft goed genoeg gezocht. (G. de Ruiter)

 

21

Liefde is het moeilijkste spelletje en tegelijkertijd het enige spelletje dat het waard is gespeeld te worden.

20

Elk spelletje veroorzaakt ruzie.

 

 

19

Elke ruzie gaat over spelletjes.

(Drs. A. Mooi)

18

Poëzie is zoet. Wie het daar niet mee eens is leest proza als poëzie of andersom.

 

17

Zwijgen is directer dan praten.

16

Wie zwijgt stemt meestal niet toe; hij heeft teveel knoflook gegeten of teveel bier gedronken.

14

Wie 'a' zegt, zegt geen 'b'.
Alleen een geoefend luisteraar hoort dat.

15

Soms is het verstandig om doof-blindheid en afwezigheid te veinzen, maar meestal niet. Daar kom je sowieso altijd te laat achter.

13

Als kleuters iets geheims willen doen is dat zo overduidelijk dat alleen een doof-blinde afwezige vader het niet zal opvallen.

12

Waarde hechten aan een cijfer is omgekeerd evenredig aan een cijfer hechten aan waarde.

10

Tussen negen en elf staat alleen maar tien voor hen die daar waarde aan hechten.

11

Van het concert des levens hebben wij allemaal het programma bij aanvang gekregen.

9

Er zijn maar twee waarheden
het één sluit de ander niet uit.

 

 

8

Hoe minder ik toon
hoe meer ik ben.

7

Van de waarheid heeft nog niemand een ei kunnen bakken.

6

Zolang je niet in je gelijk gelooft
heb je het altijd.